Leerplan



Basisopleiding.

Op de eerste les staan er 15 weefgetouwen klaar om op te weve .
Er wordt gewerkt op 2 verschillende type weefgetouwen.
Zowel een paardjes als een contramars,
2-schachts, 3-, 4-, 5-, 6-, 7-,en 8-schachts,

De volgende technieken komen aan bod: linnen, keper- en satijnbinding, hv-techniek en raanu, inslagsrips en scheringrips, rozengang, ganzeoog, inslaglancee, schijnpatronen, panama, taquete en kuvikas, vals damast.

De weefgetouwen zijn zo ingeregen dat je er 15 verschillende technieken op kunt weven. Steeds met een maximum van 30 cm.
tijdens Iedere les van 7 uur weven de cursisten buiten de theorie op 3 weefgetouwen.
In de theorie komen vormgevingsopdrachten en bindingsleer aan de orde.

Na 5 of 6 lesdagen draaien de cursisten een schering op scheermolens. Ze zetten in paren twee weefgetouwen op, zodat iedereen daarna individueel aan de slag kan. Na 5 tot 6 lesdagen zijn alle weefgetouwen opgezet.

Dan wordt er op de eigen schering geweven. De opdracht is het weven van 4 handdoeken, in half katoen en linnen. In bekende weefbindingen of eigen weefbindingen al of niet met een linnenbinding als ondersteuning.
Deze weefvaardigheid oefenen, het echte ambachtelijke weven, duurt 5 weken.

Dit is ook het einde van de basisopleiding.